Facebook

 Hoofdmenu

 

Historie

Hoe de Culemborgers aan hun bijnaam “De Blauwlappen” komen lees je in het verhaal van Metje, een geromantiseerde geschiedenis over twee jonge mensen die een belangrijke rol spelen tijdens de opstand tegen de oneerlijke praktijken van het stadsbestuur in het jaar 1650. Het volledige verhaal is beschikbaar als pdf document: Verhaal van Metje.

Samengevat luidt het verhaal als volgt. Als molenaarsknecht Gijssie in de bres springt voor de moeder van het meisje waar hij verliefd op is, wordt hij opgepakt en gevangen gezet. Na een snel en oneerlijk proces dreigt hij verbannen te worden uit de stad. Deze zware en onterechte straf is de spreekwoordelijke lont in het kruitvat. De bevolking komt in opstand. In navolging van Metje binden veel vrouwen hun blauwe schorten aan stokken en dragen deze als vaandels door de straten. Het verhaal eindigt met de bruiloft van Metje en Gijssie. Een feest dat volgens de overleveringen vier dagen duurde.

De opstand en de bruiloft worden in de eeuwen daarna nog vaak herdacht en opnieuw gevierd. Uiteindelijk krijgen deze feesten een vaste plaats in het jaar en gaan op in het carnaval.

Begin twintigste eeuw raakt het vieren van carnaval uit de gratie en wordt ook de geschiedenis van Metje steeds minder vaak verteld en uiteindelijk dreigt ze zelfs vergeten te worden.

Tot een clubje mannen, onder het genot van wat gerstenat, besluiten de rijke geschiedenis van Culemborg te laten herleven door het opnieuw groots vieren van de bruiloft en het organiseren van een optocht, die doet denken aan de opstand van toen.

Deze mannen waren: Theo Swanen, Herman Verdoorn, Gerard van Doorn, Jo Jägers, Jan Louwerse, Co Jansen en Wim Michies. Zij richten op 29 oktober 1967 een vereniging op om jaarlijks in februari een carnavalesk feest te organiseren. Dit was de herstart van het carnaval vieren in Culemborg.

Jaarlijks op 11 november wordt een “Prins” gekozen. Tijdens de carnaval krijgt hij de leiding over de stad. Dit wordt symbolisch gevierd met een sleuteloverdracht. De burgemeester geeft de sleutel van de stad aan de Prins. De verkiezing zelf gaat gepaard met een gezellige feestavond waarbij de Prins officieel wordt geïnstalleerd. Ook zijn gevolg wordt dan bekend gemaakt.

Culemborg heet met carnaval Papklokkendam. Deze naam is ontleend aan het luiden van de Papklok. Ooit was dit het signaal dat de poorten van de stad gingen sluiten. Nog steeds luidt om 21:55 uur de klok, ten teken dat er pap gegeten kan worden. Iets wat vroeger ook daadwerkelijk gedaan werd, zodat de mensen met een warme maaltijd in hun buik tevreden gingen slapen.

Aan het begin van het nieuwe jaar wordt een groot bal georganiseerd, ook wel bekend als het “Prinsenbal”. Tijdens dit evenement breidt de Prins zijn gevolg uit door de installatie van de jeugdgarde onder leiding van de Jeugdprins.

Twee weken voorafgaand aan het grote carnavalsfeest wordt ‘s middags de arrestatie van Gijssie herdacht tijdens het “Tranenbal”. Volgens de verhalen was hij de eerste stadsprins, een man met het hart op de juiste plaats. Hij kon geen onrecht verdragen en was bovendien een echte romanticus. Tijdens zijn verblijf in de gevangenis schreef hij een gedicht voor zijn Metje. Dit gedicht wordt vandaag de dag nog steeds gezongen op het Tranenbal. Op dit feest zijn alle Culemborgers welkom eigen geschreven teksten te komen zingen op een bestaand tranen trekkend nummer of eigen melodie.

De week voor het grote carnavalsfeest wordt de stoet van vrouwen met “Blauwe Lappen” herdacht op de Markt. De nieuwe wagen van de Prins wordt gepresenteerd aan de Culemborgse bevolking. De wagen mag echter niet meerijden met de optocht, zolang de “Blauwe Lap” niet als vaandel op de wagen prijkt.

Op de vrijdagmiddag van het carnavalsweekend wordt herdacht hoe de opstand begon en hoe de Culemborgers het stadsbestuur opsloten in het stadhuis. Ook bij de bevrijding van Gijssie, de onverzettelijkheid van Metje en de viering van de bruiloft wordt stil gestaan. De Prins en zijn gevolg gaan onder muzikale begeleiding en voorzien van blauwe vaandels van kroeg naar kroeg. Tijdens deze middag wordt er menig glas omgegooid in droge keeltjes. De ceremonie eindigt uiteindelijk bij de residentie van de Prins, alwaar de vaandels een mooie plaats krijgen. Op de avond wordt een feest gevierd waarbij iedereen een blauwe kiel draagt, als eerbetoon aan de “Blauwe Lap” van toen.

Op zaterdag wordt de stoet uitgebreid en spreken we zowaar van een optocht met mooi versierde wagens en leuk uitgedoste deelnemers. Deze eindigt op de Markt, alwaar de Prins de sleutel van de stad ontvangt. Hij wordt daarmee plaatsvervanger van het stadsbestuur voor enkele dagen. Op de Markt zijn tal van activiteiten voor jong en oud. De sleuteloverdracht wordt ook op de avond gevierd met groots feest.

De zondag start met een traditie welke afkomstig is van de Duitse heren die in de 17e eeuw regeerde over het graafschap Kuilenburg. Dit “Früshoppen” start in de morgen waarbij de muziek wordt ingevuld door een orkest en een “buutreder” zorgt voor een humoristische insteek. Geleidelijk vloeit dit feest over naar de middag en zijn er een speciale activiteiten voor de kleine carnavalsvierders. De avond staat in het teken van de Vrijstad Culemborg en dit wordt middels een jaarlijks thema uitgedragen door de aanwezigen.

De laatste feestdag komt voort uit de sociale gedachte van de Kuilenburgse beschermheilige Sint Barbara. De ochtend staat in het teken van een leuke carnavalsviering voor de geestelijk gehandicapten, waarna in de middag dit dunnetjes wordt overgedaan met de senioren. In de avond wordt het feestweekend afgesloten.